­

Stichting Energy4All steunt sinds 2006 structureel het onderzoek van professor dr. Jan Smeitink binnen het Radboudumc. Vanaf 2012 wordt dit onderzoek uitgevoerd door het bedrijf Khondrion, met Smeitink als oprichter en CEO, waardoor de volledige focus op het medicijnonderzoek ligt. Het onderzoeksteam heeft grote stappen gemaakt in de ontwikkeling van een potentieel medicijn. Vanuit vele 'stofjes' die zijn onderzocht en getest is de keuze gevallen op het stofje KH176. Dit potentiele medicijn is inmiddels getest op een groep gezonde vrijwilligers. De resultaten hiervan zijn positief en inmiddels is het testen van het potentieel medicijn bij een kleine groep volwassen patiënten al gestart.

Op dit moment is er nog geen enkel medicijn. Het geven van ondersteunende behandelingen is het enige dat geboden kan worden na de diagnose. Deze behandelingen zijn niet in staat de progressief verlopende ziekte te stoppen. Veel patiënten overlijden op jonge leeftijd. Dit moet veranderen. Omdat het gaat om een zeldzame ziekte heeft de farmaceutische industrie geen enkele belangstelling voor de ontwikkeling van een medicijn. 

Ruim 25 jaar geleden heeft professor Smeitink het initiatief genomen voor het onderzoek naar een medicijn om deze genadeloze ziekte te stoppen. Hij ziet het als zijn levenstaak om samen met zijn team een medicijn te ontwikkelen. Jan Smeitink is werkzaam als kinderarts en onderzoeker bij het Radboudumc. Daarnaast is hij directeur van Radboud Center for Mitochondrial Medicine (RCMM). Zij werken samen met alle toonaangevende onderzoekscentra in de wereld, en maken gebruik van de kennis die de afgelopen decennia wereldwijd is opgebouwd. Dankzij nationale en internationale subsidies, mede verworven met steun van Energy4All, zijn ook samenwerkingen ontstaan met gespecialiseerde medische bedrijven. Een van die bedrijven is Khondrion, een spin-off van het Radboudumc met Smeitink als CEO.
 
Het stofje KH176
Vanaf 1996 is een grote onderzoekslijn gestart om stofjes te ontwikkelen die een positieve verandering aan kunnen brengen in de cellen. Hierbij waren enkele stofjes met goede verwachtingen en deze zijn steeds krachtiger gemaakt en getest op bijwerkingen. Meer dan 250 nieuwe stofjes zijn getest op onder andere werkzaamheid, veiligheid en kosten om het te maken. Hieruit is inmiddels een ‘winnaar’ uitgeroepen: het stofje KH176. Smeitink is hoopvol over dit stofje, dat een voorloper is van het potentiële medicijn. Op basis van de kennis, opgedaan in laboratoriumonderzoek, bestaat de verwachting dat KH176 breed toepasbaar zal zijn. Deze stof laat op celniveau en in een ziektemodel positieve resultaten zien zonder belangrijke bijwerkingen. 

Testen van het potentieel medicijn
Op basis van de positieve resultaten in het laboratorium en bij dierproeven kan het stofje getest worden op mensen, dit zijn de klinische trials. Bij de klinische trials gaat het om het testen van het potentieel medicijn – KH176 – op mensen.
De fasen van de klinische trials in de ontwikkeling van een geneesmiddel hebben verschillende doelen en doelgroepen.

De fasen van de klinische trials
Bij de klinische trials gaat het om het testen van het potentieel medicijn – KH176 – op mensen.
De fasen van de klinische trials in de ontwikkeling van een geneesmiddel hebben verschillende doelen:

  • Fase 1
    Onderzoekt de verdraagbaarheid en veiligheid van het stofje in een kleine groep gezonde vrijwilligers. Er wordt gekeken hoe lang en hoeveel van het potentieel medicijn gegeven dient te worden.
  • Fase 2
    Onderzoekt de werkzaamheid (effect op ziekte), veiligheid, bijwerkingen en optimale dosis van de het potentieel medicijn voor het eerst bij een relatief kleine groep patiënten. Dit is een vergelijkend onderzoek, waarbij één van de twee middelen een placebo (nep-medicijn) is. 
  • Fase 3
    Onderzoekt het stofje door het gedurende een langere periode toe te dienen bij een groter aantal patiënten. De effecten van het potentieel medicijn worden meestal vergeleken met een placebo.

Voordat kan worden overgegaan tot een volgende fase is goedkeuring nodig van de ethische en regulatoire instanties.

Fase 1 is afgerond met positief resultaat
Fase 1 is uitgevoerd van augustus tot en met december 2015.
Erg belangrijk in deze fase van het onderzoek is hoe het stofje zich in het menselijk lichaam gedraagt. Bij iedere dosering is een goed inzicht verkregen in het gedrag van KH176 onder verschillende omstandigheden. Naast veiligheid en het gedrag van KH176 in het menselijk lichaam, is ook gekeken naar potentieel gewenste effecten van het stofje op de energiecentrales van het lichaam. De resultaten van Fase 1 zijn positief. Er is een goed beeld verkregen hoe KH176 zich in het menselijk lichaam gedraagt. Waarschijnlijk zal verder worden gegaan met een tweemaal daagse dosering. Ook hebben de onderzoekers een goede indruk gekregen van de verschillende effecten die ze bij oplopende doseringen zouden kunnen verwachten. Een goede basis voor Fase 2.

Fase 2 is begonnen
Op 8 september 2016 is fase 2 van het onderzoek gestart. Het stofje wordt getest op een kleine groep volwassen patiënten. De patiënten zijn zorgvuldig geselecteerd, belangrijk is het namelijk een groep te hebben met soortgelijke klachten om goed te kunnen vergelijken. Het doel is het opdoen van kennis van de veiligheid en de zogenaamde farmacokinetiek in patiënten met een mitochondriële ziekte. Bij veiligheid moet gedacht worden aan bijwerkingen, zoals hoofdpijn of diarree. De farmacokinetiek vertelt hoeveel en hoe vaak KH176 gegeven moet worden om voldoende van dit stofje in het bloed te hebben om het gewenste effect te behalen. Met de meest gevoelige testen wordt bekeken of het stofje daadwerkelijk de beoogde werking heeft.

Vervolg in 2017
Als fase 2 succesvol wordt afgesloten, en als er voldoende financiële middelen zijn, start fase 3. Deze studie moet het effect van het potentieel medicijn – KH176 - definitief aantonen. Deze testen worden gedaan met een grotere groep patiënten.
Ook is het onderzoeksteam inmiddels druk bezig met de voorbereidingen voor een fase 2 studie bij een kleine groep kinderen met een energiestofwisselingsziekte. Dit onderzoek dient uiteraard te voldoen aan zeer strikte voorwaarden. Mogelijk kan in 2017 gestart worden met de klinische trials bij kinderen.

Veel geld nodig voor de laatste etappes
Onderzoek naar het medicijn kost geld. Heel veel geld. De kosten voor fase 1 en 2 van het testen liggen volgens Smeitink rond de vijf miljoen euro. De kosten van fase 3, waarbij het stofje op veel meer patiënten moet worden getest, zijn nog vele malen hoger. “Zonder de inzet van Energy4All was het onderzoeksteam nooit gekomen waar ze nu is”, zegt Smeitink. “Op meerdere niveaus is Energy4All van belang: ze creëert aandacht voor energiestofwisselingsziekten / mitochondriële ziekten. Het houdt ons extra scherp en de ontwikkeling van KH176 voelt echt als een gezamenlijk doel. Door de donaties van de stichting konden we onder andere noodzakelijke laboratoriumapparatuur aanschaffen, experts aantrekken voor de daadwerkelijke uitvoering van het onderzoek, specialisten inschakelen voor aanvragen van grote subsidieaanvragen en grondstoffen aanschaffen voor het maken van het potentiële medicijn.”

­